Sommige kinderen kunnen gebiologeerd kijken naar een zacht oplichtend speelgoedje. Tegelijk merk je misschien iets heel anders na een namiddag in een binnenspeeltuin, op de kermis of achter een tablet: je kind lijkt nadien net drukker, emotioneler of moeilijker tot rust te komen.
Als ouder voelt dat soms tegenstrijdig. Hoe kan licht de ene keer net rust geven en de andere keer voor extra onrust zorgen?
Als mama van twee energieke jongens én kinderpsycholoog fascineerde die vraag mij enorm. Zeker omdat mijn oudste zoon een echte prikkelzoeker is. Hij zoekt voortdurend beweging, nieuwe indrukken en sensorische ervaringen op. Dat heeft mij ertoe aangezet om me te verdiepen in de wetenschap achter spel en prikkelverwerking.
En één ding werd al snel duidelijk: niet het licht zelf maakt het verschil, maar de manier waarop het ons zenuwstelsel prikkelt.
Waarom zijn kinderen zo gefascineerd door licht?
Ons brein is van nature gemaakt om licht en beweging op te merken.
Vanuit de evolutie was dat een slimme overlevingsstrategie. Alles wat bewoog of plots oplichtte, kon belangrijk zijn. Daardoor reageert ons brein vandaag nog altijd automatisch op lichtprikkels.
Bij jonge kinderen is dat effect nog sterker. Hun hersenen zijn volop in ontwikkeling. Ze leren voortdurend door te kijken, te ontdekken en verbanden te leggen. Licht trekt daarom bijna vanzelf hun aandacht.
Dat is ook de reden waarom een eenvoudig lichtgevend blokje vaak interessanter lijkt dan speelgoed met tientallen knopjes.
Maar waarom wordt mijn kind soms juist drukker?
Hier komt het zenuwstelsel in beeld.
Je kunt het zenuwstelsel vergelijken met een volumeknop. Sommige prikkels zetten die knop een klein beetje hoger. Andere draaien hem volledig open.
Wanneer een kind voortdurend wordt blootgesteld aan:
- snel knipperende lampen,
- fel wisselende kleuren,
- meerdere lichtbronnen tegelijk,
- licht gecombineerd met geluiden,
dan moet het brein onafgebroken beslissen waar het aandacht aan geeft. Dat kost energie.
Bij veel kinderen zie je dat niet meteen tijdens het spelen. Integendeel: ze lijken volop te genieten. Maar eenmaal de prikkels wegvallen, merk je soms dat ze:
- sneller geïrriteerd zijn;
- moeilijk kunnen luisteren;
- veel drukker bewegen;
- sneller boos worden;
- moeilijk in slaap raken.
Niet omdat ze "te veel energie" hebben, maar omdat hun zenuwstelsel nog volop bezig is met al die indrukken te verwerken.
Rustige lichtprikkels doen iets helemaal anders
Gelukkig hoeft licht niet altijd intens te zijn. Er bestaat een groot verschil tussen overprikkelende lichteffecten en rustige, voorspelbare lichtprikkels.
Denk bijvoorbeeld aan een lichtje dat zacht oplicht wanneer het in contact komt met water. Of een kleur die langzaam verandert. Daar gebeurt iets heel anders.
Het kind bepaalt zelf het tempo van het spel. Het licht reageert op de handelingen van het kind. Daardoor ontstaat een eenvoudig patroon: "Ik doe iets... en er gebeurt iets."
Dat lijkt misschien klein, maar precies daar gebeurt ontzettend veel ontwikkeling. Kinderen ontdekken oorzaak en gevolg. Ze experimenteren. Ze proberen opnieuw. En omdat de prikkels voorspelbaar blijven, hoeft het brein niet voortdurend op zijn hoede te zijn voor iets nieuws.
Waarom sommige kinderen hier extra veel baat bij hebben
Niet elk kind verwerkt prikkels op dezelfde manier. Sommige kinderen lijken voortdurend op zoek naar extra sensorische input. Ze friemelen, bewegen veel, maken geluidjes of zoeken steeds nieuwe indrukken op.
Dat zie ik niet alleen in mijn werk als psycholoog, maar ook thuis.
Mijn oudste zoon kan uren gefascineerd experimenteren met water, licht of ander sensorisch materiaal. Niet omdat hij méér prikkels nodig heeft, maar omdat hij de juiste soort prikkels nodig heeft.
Rustige, voorspelbare sensorische ervaringen helpen hem vaak om zijn aandacht langer vast te houden dan speelgoed dat voortdurend flitst, lawaai maakt of van alles tegelijk doet.
Dat is natuurlijk niet voor elk kind hetzelfde. Elk zenuwstelsel is anders. Maar het leerde mij wel om anders naar speelgoed te kijken.
Dat is ook hoe ik speelgoed selecteer
Toen ik de Groeispurt opstartte, wist ik dat ik geen webshop wilde met speelgoed dat vooral harder, sneller en feller is.
Ik wil ouders helpen kiezen voor speelgoed dat nieuwsgierigheid uitlokt zonder kinderen voortdurend te overspoelen met prikkels. Dat betekent niet dat speelgoed nooit licht of geluid mag maken.
Maar het moet het spel ondersteunen, niet overnemen.
Want uiteindelijk is dat waar kinderen het meeste uit leren: wanneer zij zélf ontdekken, experimenteren en de regie houden over hun spel.
Wanneer ik nieuw speelgoed bekijk, stel ik mezelf steeds dezelfde vraag: Trekt dit speelgoed de aandacht van mijn kind... of ondersteunt het de aandacht van mijn kind?
Dat lijkt een klein verschil.
Maar voor een groeiend kinderbrein kan het een wereld van verschil maken.